Ontwikkeling digitale leermiddelen
Brief minister Plasterk aan Tweede Kamer over Wikiwijs, dd 7 april 2009Op 8 april 2009 heeft minister Plasterk van OCW de Tweede Kamer een brief gestuurd, waarin hij de voortgang rond het project ‘Wikiwijs in het Onderwijs' schetst. Wikiwijs is een initiatief om het ontwikkelen en gebruiken van open digitale leermiddelen in het onderwijs te stimuleren én te vergemakkelijken. Dit moet leiden tot meer maatwerk en meer kwaliteit in het onderwijs en verdere professionalisering van docenten. Het is de bedoeling dat Wikiwijs begin schooljaar 2010/2011 wordt gelanceerd.
De overheid ziet het als haar taak om bij de totstandkoming van Wikiwijs een regierol te vervullen, zo schrijft Plasterk in zijn brief. In de praktijk betekent dit dat de overheid zorgt dat aan een aantal randvoorwaarden voldaan wordt, zodat scholen en docenten zonder belemmering open gedigitaliseerd leermateriaal kunnen ontwikkelen, bewerken, doorontwikkelen en gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan zaken als standaardisering, metadatering, kwaliteitsborging en softwareapplicaties.
De brief bevat een nadere uitwerking van enkele belangrijke aspecten van Wikiwijs: de invulling van de regierol, aansluiting bij bestaande initiatieven, betrokkenheid van leraren, kwaliteitsborging, auteursrecht en financiën.
Plasterk gaat daarbij ook in op de rol van educatieve uitgeverijen: hij stelt dat het concept van ‘open' leermiddelen (‘leermiddelen die vrij beschikbaar en toegankelijk zijn en die docenten zelf kunnen arrangeren in samenwerking met anderen') op gespannen voet staat met marktwerking en winstoogmerk, en dat het daarom voor educatieve uitgeverijen moeilijk is om ‘open' leermiddelen te realiseren. Dat neemt echter niet weg, aldus de minister, dat binnen Wikiwijs zoveel mogelijk informatiebronnen moeten worden ontsloten, zowel onbetaald als betaald. Daarbij gaat het om het leggen van koppelingen tussen deze bronnen: docenten kunnen het open materiaal - dat zij al dan niet zelf doorontwikkeld hebben - combineren met materiaal van bijvoorbeeld de educatieve uitgeverijen en daarmee het leermateriaal zo goed mogelijk laten aansluiten op hun eigen lespraktijk.
Reactie GEU op brief van minister Plasterk aan Tweede Kamer over Wikiwijs dd. 8 april 2009
In een reactie op de brief van Plasterk toont de GEU zich tevreden over het feit dat de overheid de regie neemt om de vele initiatieven rond digitale leermiddelen te bundelen. Met name de ambitie om samenhang aan te brengen in de ontsluiting van digitaal leermateriaal waardeert de GEU zeer. De GEU ondersteunt tevens het voornemen om Kennisnet en de Open Universiteit, gezien hun gezamenlijke expertise, een centrale rol toe te kennen.
Wel plaatst de GEU een aantal opbouwende kritische kanttekeningen. Zo is ze van mening dat het perspectief van de docent bepalend moet zijn bij de verdere uitwerking van Wikiwijs. Hoe wil de docent bijvoorbeeld gefaciliteerd worden bij het verzorgen van zijn of haar onderwijs? Welke (on)mogelijkheden constateert de docent in het huidige leermiddelenaanbod? En welke belemmeringen ervaart de docent in de dagelijkse beroepspraktijk? Om van Wikiwijs een succes te maken, zullen deze vragen eerst beantwoord moeten worden.
Daarnaast staat de GEU op het standpunt dat leermiddelenontwikkeling een vak apart is; het is inhoudelijk en organisatorisch complex en vergt bovendien een forse tijdsinvestering. Dit geldt evenzeer voor het arrangeren van leermiddelen, zoals onder meer is gebleken tijdens het Project Experimenten Leermiddelen VO. Dit project toonde bovendien aan dat het ontwikkelen en arrangeren van open leermiddelen extra kosten met zich meebrengt voor zowel afnemers als aanbieders. Ervaringen als deze moeten zeker worden meegenomen bij de verdere uitwerking van Wikiwijs, aldus de GEU.
De minister schrijft in zijn brief dat hij belang hecht aan het leggen van een koppeling tussen open materiaal en het materiaal van educatieve uitgeverijen. De GEU vindt deze koppeling van wezenlijk belang.
Aangezien educatieve uitgeverijen de expertise voor het ontwikkelen van leermateriaal in huis hebben én al jarenlang naar tevredenheid samenwerken met docenten, schoolleiders en partijen als VO-raad, SLO en Kennisnet, ligt het volgens de GEU voor de hand dat educatieve uitgeverijen intensief betrokken worden bij de ontwikkeling van Wikiwijs.
De GEU juicht de regierol van de overheid in Wikiwijs en open leermiddelen toe, maar vindt het onwenselijk dat de overheid vanuit die rol op grote schaal zelf digitaal lesmateriaal laat ontwikkelen. In de visie van de GEU zou de overheid vooral moeten zorgen voor een goede rolverdeling tussen de partijen, zodat oneigenlijke concurrentie voorkomen wordt.


