De GEU ondersteunt VO-scholen bij hun keuze voor leermiddelen
06-12-2007
Foto: Maarten Koch, www.kochstudios.nl
Scholen moeten hun aankoopbeleid baseren op een goed doordachte onderwijsvisie.
Met de lancering van de website ‘Een gezonde basis voor goed onderwijs' zet de Groep Educatieve Uitgeverijen (GEU) een eerste stap in een communicatietraject met scholen in het voortgezet onderwijs (VO). Aanleiding voor deze campagne is het kabinetsbesluit om VO-leerlingen per 1 augustus 2008 gratis schoolboeken te verstrekken. De GEU vindt dit een goede ontwikkeling, maar ziet wel de nodige knelpunten. ‘Zo is het lumpsumbedrag dat scholen krijgen, erg laag', zegt GEU-secretaris Henk van der Linden. ‘Om de onderwijskwaliteit te waarborgen, zullen zij heel doordacht hun leermiddelen moeten kiezen. Met onze campagne willen we hen daarbij helpen.'
Van der Linden heeft zich de laatste tijd intensief beziggehouden met de plannen voor gratis schoolboeken. Niet verwonderlijk, want de kwestie raakt aan de core business van de GEU: het behartigen van de belangen van uitgevers van leermiddelen voor het onderwijs. ‘De GEU, een onderdeel van het Nederlands uitgeversverbond (NUV), is de brancheorganisatie voor de educatieve uitgeverijen. We zijn een vereniging met momenteel 45 leden, allemaal uitgevers van leermiddelen. In essentie is onze doelstelling dat wij onze leden ondersteunen bij het vormgeven van hun eigen business. Natuurlijk moet iedere educatieve uitgever voor zich zorgen dat hij in de markt overeind blijft, maar er zijn tal van zaken die heel goed collectief te regelen zijn. Zoals de ondersteuning van de scholen voor VO met betrekking tot de ‘gratis schoolboeken'. Dat is een van de zaken waar de GEU zich voor inzet.'
Kunt u meer voorbeelden noemen?
‘Het arbeidsvoorwaardenoverleg is ook zo'n collectieve aangelegenheid. Het zou onhandig zijn als alle uitgevers een eigen cao hadden. Dat kun je beter centraal regelen. Daarom neemt de GEU namens de leden deel aan de onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden. Of neem het contact met het ministerie van OCW: het is weinig efficiënt als elke uitgeverij bij OCW aanklopt om informatie over eindtermen en eindexamenprogramma's. Dat overleg voeren wij voor hen. En ook nu, met alle aandacht voor de gratis schoolboeken, pleegt de GEU veel overleg met OCW. De zo verkregen informatie deelt de GEU met de uitgevers, en namens hen ook met de scholen. Een belangrijke taak van de GEU is dus: op de hoogte zijn en blijven van belangrijke ontwikkelingen. Die informatie delen we met onze leden, maar ook met andere partijen, zoals de Onderwijsinspectie, de Branchevereniging van Educatieve Boekhandels en gremia als de Onderwijsraad, de MBO-raad, de HBO-raad, de VO-raad en de PO-raad.'
Waarin onderscheidt de GEU zich van de uitgeverijen die lid zijn?
‘We zijn een overkoepelende belangenorganisatie. Als vereniging hebben we geen winstoogmerk. Dat is een belangrijk verschil met de afzonderlijke leden. Verder hechten we eraan dat we als onafhankelijke gesprekspartner kunnen deelnemen aan discussies over onderwerpen die voor onze leden van belang zijn. Daarom ben ik niet in dienst van een uitgeverij, maar word ik als externe, onafhankelijke secretaris ingehuurd.'
Wat zijn volgens u de gevolgen van het gratis verstrekken van schoolboeken?
‘Het lumpsumbedrag dat scholen krijgen, bedraagt 308 euro per leerling per jaar. In totaal, dus inclusief de ‘gratis leermiddelen', gaat een school dus per leerling over ruim 6600 euro beschikken. Met dit nieuwe bedrag ontstaat een nieuwe situatie. Elke school zal vanuit deze nieuwe situatie naar het totaal van haar uitgaven moeten gaan kijken, en daarop aangepast beleid gaan maken. Ik voorzie wel dat een van de gevolgen zal zijn dat de secties niet langer zelf kunnen bepalen wat ze aanschaffen. De school zal namelijk een scherp aankoopbeleid moeten ontwikkelen, gebaseerd op een duidelijke onderwijsvisie. Een bijkomend probleem is, dat het parlement zich nog over de plannen moet uitspreken. Het uitvoeringsbesluit komt er niet vóór juni 2008; pas dan krijgen de scholen het geld en weten ze precies hoeveel ze te besteden hebben. Maar ze kunnen zich niet permitteren tot die tijd te wachten, want uiterlijk februari moeten ze de boekenlijsten klaar hebben en hun bestellingen plaatsen bij de boekhandels.
Voor de boekhandelaren verandert er overigens ook het nodige. In plaats van met 700.000 individuele klanten (de ouders) hebben ze met nog maar zo'n 700 afnemers te maken: de scholen. Dat is een hele ommezwaai.
Zien de uitgevers op tegen deze verandering?
‘Nee, integendeel. Uitgeverijen staan voor goede leermiddelen en goed onderwijs. We helpen daarmee scholen om zich te blijven ontwikkelen. Vandaar dus ook dat we de scholen nu helpen bij het implementeren van deze nieuwe regeling. Hoe soepeler de invoering verloopt, hoe beter het is voor de kwaliteit van het onderwijs. Immers, de ervaringen in het primair onderwijs, waar al jaren sprake is van lumpsumbekostiging, stemmen wat dat betreft niet hoopvol. Uit een onderzoek van TNS NIPO in opdracht van de GEU blijkt, dat ruim de helft van het aantal basisscholen werkt met verouderd lesmateriaal. De gemiddelde leeftijd van een methode is er acht à tien jaar. Tel daar nog eens drie jaar ontwikkeltijd bij op en je zit op elf jaar. Basisschoolleerlingen krijgen dus les uit methoden die ruim voor hun geboorte zijn bedacht! Het is evident dat de uitgeverijen graag zouden zien dat methoden sneller werden vervangen. Maar los daarvan moet je ook vraagtekens zetten bij de onderwijskwaliteit: in hoeverre kan het basisonderwijs zo een goede fundering leggen voor iemands functioneren in de maatschappij?
De GEU onderzoekt nu nader waarom basisscholen zo lang met hun methoden doen. Is het een kwestie van geld, of van tijd dan wel prioriteit? We hopen dat het antwoord op die vraag kan helpen voorkomen dat het in het VO dezelfde kant opgaat.'
Is de kans daarop reëel, dan?
‘Nee, dat lijkt me niet. Maar je weet het maar nooit. De lumpsum wordt niet geoormerkt, dus in principe is het mogelijk dat scholen (een deel van) het geld niet aan nieuwe leermiddelen besteden, maar aan bijvoorbeeld de bouw van een gymzaal. Ook zou het kunnen dat scholen zelf leermiddelen gaan ontwikkelen, om zo geld uit te sparen. Het is de vraag of dat verstandig is. Het betekent namelijk dat docenten een deel van hun onderwijstijd gaan besteden aan iets wat niet tot hun expertise behoort. Zeker in het licht van de bevindingen van de Commissie Rinnooy Kan lijkt dat me geen wenselijke ontwikkeling. Maar ik heb het volste vertrouwen in het gezonde verstand van de docenten zelf. Dus, om op de vraag terug te komen: nee, ik acht die kans niet echt reëel.'
Waarom start de GEU een communicatiecampagne richting VO?
‘Wij denken dat we de scholen een handje kunnen helpen bij het eigen nadenken. Leermiddelen zijn medebepalend zijn voor de kwaliteit van het onderwijs. Onze boodschap is dat scholen voor zichzelf een haalbaar kwaliteitsniveau moeten vaststellen, vanuit een goed doordachte onderwijsvisie, en op basis daarvan het totaal van de lumpsumgelden moeten verdelen. De GEU wil hen daarbij helpen.'
Hoe?
‘Onder meer via onze nieuwe website. Scholen kunnen daar het Stappenplan Leermateriaal VO downloaden, een instrument dat hen ondersteunt bij het keuzeproces voor leermiddelen. Verder gaan we persberichten uitsturen, en publiceren we resultaten van onderzoeken die in opdracht van de GEU worden uitgevoerd. Met het ministerie van OCW, de VO-raad, de boekhandelsorganisaties en de educatieve uitgevers werken we een gezamenlijke aanpak uit voor de lumpsumfinanciering van schoolboeken. Daarmee wil OCW ook het land in: er komt waarschijnlijk een regionale roadshow langs VO-scholen. Via een onderliggende campagne willen we de scholen informeren over kwesties aangaande het auteursrecht. Het is immers heel goed denkbaar dat scholen die niet met hun lumpsum denken uit te komen, overgaan tot het kopiëren van bestaande methoden. Niet iedereen weet dat dit bij wet verboden is, vandaar dat voorlichting hierover wel op zijn plaats is.'
Wat kan het VO nog meer van de GEU verwachten?
‘De GEU wil graag direct communiceren met managers en docenten. Daarom bieden we via een vraag-en-antwoordrubriek op de website de gelegenheid om vragen en problemen rond de lumpsumbekostiging van leermiddelen te ‘posten'. Voor de beantwoording van dergelijke vragen is een speciale begeleidingsgroep in het leven geroepen.
In januari 2008 organiseert de GEU voor de tweede keer VO-centraal, een groot vierdaags evenement in het Beatrixgebouw van Jaarbeurs Utrecht. Daar komen uitgevers, schoolleiders en docenten samen om allerhande zaken op onderwijsgebied te bespreken. Zeker is dat de lumpsumbekostiging hoog op de agenda zal staan. En ook bij die gelegenheid zullen we scholen stimuleren tot een zorgvuldige en doordachte afweging bij hun keuze voor leermiddelen.'


