Flexibel arrangeren met digitaal leermateriaal
21-04-2008
Foto: Stijntje de Olde
Op 11 maart 2008 organiseerde de GEU samen met het Project Experimenten Leermiddelen van Onderbouw-VO het symposium Leermateriaal arrangeren in het VO. In achttien workshops presenteerden scholen uit het hele land hun praktijkervaringen met het op maat samenstellen van leermateriaal uit het bestaande leermiddelenaanbod. Een van die scholen was Piter Jelles (!mpulse) uit Leeuwarden. Na afloop gingen we met docent Rolf van Mourik en leerlinge Jephta de Visser nog iets dieper in op hun ervaringen met het ‘flexibel arrangeren met digitaal leermateriaal'.
Piter Jelles (!mpulse) is een brede scholengemeenschap voor VMBO, HAVO en VWO. De school, gestart in augustus 2005, is gebaseerd op de principes van het ‘nieuwe leren'. Er wordt niet gewerkt vanuit vakken, maar vanuit leergebieden. Leerlingen leren op hun eigen manier, vanuit hun eigen interesses en passies, in zogeheten ‘settings' (projecten). ‘In de praktijk betekent dit dat leerlingen voor een groot deel zelfstandig leren en ook zelf aangeven wat ze binnen een setting willen doen', licht Rolf van Mourik toe. ‘Uiteraard moeten ze wel aansluiten bij de kerndoelen, maar daarbinnen hebben ze de ruimte om hun eigen ‘leerinhoud' te bepalen.' Van Mourik is docent in het leergebied Mens en Maatschappij. ‘Of Wecu, zoals wij dat noemen: Wereldculturen. Het leergebied omvat de vakken geschiedenis, aardrijkskunde en economie.'
Experiment
De zelfstandige manier waarop leerlingen op !mpulse leren, leent zich uitstekend voor het gebruik van ICT-toepassingen. ‘Als je je als school afvraagt: hoe kun je leerlingen het beste laten leren, dan komt digitaal leermateriaal direct in beeld', zegt Van Mourik. ‘De leerling van nu is immers sterk georiënteerd op computers en internet. En zeker voor een school als de onze is werken met webbased materiaal aantrekkelijk. Het biedt zoveel meer mogelijkheden tot maatwerk.'
Toen een uitgeverij de school benaderde met een gesubsidieerd experiment rond digitaal leermateriaal voor geschiedenis, aardrijkskunde en economie, besloot !mpulse hieraan mee te doen. Samen met negen andere scholen begon de school in september 2007 aan een project waarin men de volledige beschikking heeft over een gedigitaliseerde versie van de boeken. Van Mourik: ‘De leerboeken zijn beschikbaar in pdf-formaat, de werkboeken zijn interactief gemaakt. De leerlingen benaderen het gehele pakket via de bijgeleverde leeromgeving Schoolwise, met een eigen inlognaam en wachtwoord. Als docent kan ik ook inloggen en de vorderingen van mijn leerlingen volgen.'
Eigen laptop
Door deze set-up liepen Van Mourik en zijn leerlingen meteen al tegen de eerste praktische problemen aan. !mpulse werkt met Apple-computers, maar Schoolwise is een Windows-applicatie. ‘Weliswaar zit de Windows-besturing ook op de Apple, maar toch loopt niet altijd even soepel', zegt Van Mourik. ‘Bovendien: al onze leerlingen hebben een laptop. Als je met 180 leerlingen tegelijkertijd op het schoolnetwerk zit, raakt dat overbelast en worden de computers erg traag. Dat werkt niet echt motiverend voor de leerlingen.'
Afgezien van deze opstartproblemen is Van Mourik tot nu toe redelijk tevreden over het project. ‘Wat ik heel mooi vind is dat digitaal lesmateriaal prachtige mogelijkheden biedt om tegemoet te komen aan de wensen van de individuele leerling. Stel, een leerling wil binnen zijn setting meer leren over de Koude Oorlog. Dan kan hij heel eenvoudig verschillende stukken leerstof bij elkaar zoeken: een aantal paragrafen over de geschiedenis, een stukje economie, enzovoort. Ook als docent kan ik zo flexibel arrangeren, voor een hele klas, of voor groepjes leerlingen, door verschillende leerstofonderdelen over een onderwerp te selecteren en die bij elkaar te plaatsen.'
Maatwerk
Ook Jephta de Visser, leerlinge uit klas 3h/v, vindt dat met deze manier van werken écht maatwerk mogelijk is. ‘Ons schoolsysteem is zo ingericht dat we naar eigen keuze op bepaalde momenten in de week aan dit project kunnen werken. Dat kan ook heel makkelijk, omdat alle leerstof op internet staat. Je kunt alles zelf opzoeken en je eigen modules samenstellen. Het bronnenmateriaal is goed, er zit voldoende leerstof in. Alleen moet je die bronnen allemaal apart openen en soms duurt het laden erg lang. Het zou helemaal mooi zijn als we ook thuis aan het project konden werken, maar vanuit huis inloggen op Schoolwise is helaas (nog) niet mogelijk.'
Ze moet er wel aan wennen dat al het lesmateriaal nu digitaal is. ‘Zeker bij een vak als geschiedenis, waar je vaak langere teksten moet doorwerken, kan het op den duur wel vermoeiend zijn om van het scherm te lezen.' Ze is niet de enige leerling die daarover klaagt, beaamt Van Mourik. ‘Op het scherm heb je een kleinere letter dan in een boek. Je kunt het wel vergroten, maar dan moet je weer gaan scrollen en dat is ook niet prettig.' Hij heeft zijn leerlingen erop gewezen dat ze ook best het boek erbij mogen pakken. ‘Maar dat doen ze niet snel, ook al geven ze na een uurtje aan dat het eigenlijk te vermoeiend wordt.'
Smokkelen
De opdrachten maken de leerlingen in het digitale, interactieve werkboek. Soms zijn dat open vragen, soms meerkeuzevragen. Na het maken van de opdrachten bij een stuk leerstof, kunnen ze zelf controleren of ze het goed gedaan hebben. ‘Dat je snel je resultaten weet, is natuurlijk heel prettig', vindt De Visser, ‘maar wat ik minder goed vind is dat het programma je de kans geeft om te smokkelen. Je kunt achteraf gewoon het goede antwoord intikken.'
Van Mourik vindt ook dat dat anders zou moeten. ‘Ik heb als docent wel zicht op de voortgang, in die zin dat ik kan zien of een leerling iets gedaan heeft, maar ik heb geen inzicht in de antwoorden of de score van een leerling. Ik kan dus ook geen directe feedback geven. Natuurlijk, met papieren werkboeken kun je ook niet controleren of iedere leerling wel serieus aan zijn opdrachten werkt, maar het zou nu juist een van de voordelen van digitaal werken moeten zijn dat je dat iets makkelijker kunt doen. Anderzijds is het, zeker op een school als de onze, ook de eigen verantwoordelijkheid van de leerling om niet de kantjes ervan te lopen.'
‘Wat echt anders moet', vervolgt De Visser, ‘is dat je in dit programma je werk niet tussentijds kunt opslaan. Als je met een module begint, moet je hem in één keer afmaken, anders ben je alles kwijt. Dat is supervervelend. Wat mij betreft heeft dat de hoogste prioriteit bij een update van het programma.'
Zelf ontwikkelen
Het programma bevat ook digitale oefen- en eindtoetsen, maar daar zijn ze op !mpulse door de vertraagde start nog amper aan toegekomen. ‘We hebben één keer een oefentoets gedaan', zegt Van Mourik. ‘Het voordeel van digitaal toetsen is dat je het programma ook de toets kunt laten nakijken. Als het goed is, gaat me dat in de toekomst dus een hoop werk schelen, waardoor ik meer tijd heb voor andere zaken. Bijvoorbeeld voor het zelf ontwikkelen of zoeken van nieuw digitaal materiaal dat ik weer kan toevoegen aan het programma. Want die mogelijkheid zit er ook in en dat maakt het natuurlijk extra interessant. Zeker voor een vak als economie, waarin de leerlingen een bepaalde vaardigheid moeten opbouwen in het werken met tabellen en formules, is het leuk en leerzaam om de lesstof aan te vullen met extra oefenmateriaal, actuele content, spelvormen, animaties en filmpjes. Maar dat moet ik allemaal nog gaan ontdekken. Tot nu toe zijn mijn leerlingen en ik vooral druk geweest met het ons eigen maken van het programma.'
Goede aansluiting
Al met al zijn Van Mourik en De Visser redelijk positief over de mogelijkheden van werken met digitaal leermateriaal. De Visser: ‘Het is een hele mooie manier van leren, die je als leerling veel vrijheid geeft om je eigen setting in te vullen. Soms vind ik het zelfs iets té vrij en vraag ik me af of ik misschien niet beter zou leren als er meer structuur geboden werd. Maar misschien is ook dat een leerproces.'
‘Er valt nog zoveel in het programma te ontdekken, dat we er voorlopig wel mee doorgaan', vult Van Mourik aan. ‘En voor de derdeklassers die er nu mee hebben gewerkt, blijkt het een mooie opstap te zijn naar de bovenbouw. Die aansluiting zit er goed in. Ze hebben in het reguliere lesprogramma tot nu toe weinig aardrijkskunde en geen economie gehad, maar met dit programma kunnen ze zich daarin verdiepen.'
Heeft het leerboek nog toekomst?
Een van hun afsluitende stellingen op het symposium was, dat er over vijf jaar in het onderwijs geen boek meer te vinden zal zijn. Is dat serieus? ‘Nou, niet helemaal', antwoordt de Visser. ‘Soms is het toch ook wel prettig om papier tussen je vingers te voelen, dus het boek zal wel blijven.' Van Mourik denkt wel dat uitgevers steeds meer digitaal leermateriaal op maat zullen aanbieden. ‘De methodes zullen plaats moeten maken voor webbased programma's met kennisbanken en bronnen. Scholen en uitgevers zullen in de toekomst dan ook veel nauwer met elkaar samenwerken om dit maatwerk samen vorm te kunnen geven.'


