Kennisnet komt met kwaliteitsstandaard voor digitaal leermateriaal
21-04-2008
Foto: Fejagrafie Ton Bennemeer
Begin maart 2008 ontving GEU-voorzitter Jaap van Loon uit handen van Toine Maes, algemeen directeur van de Stichting Kennisnet, de brochure ‘Handreiking Kwaliteit digitaal leermateriaal'. De handreiking is bedoeld om educatieve uitgeverijen en scholen te ondersteunen bij het ontwikkelen van digitaal leermateriaal. Een goede aanleiding voor een gesprek over ICT in het onderwijs.
Voor de huidige generatie leerlingen is digitaal denken en doen de gewoonste zaak van de wereld. Logisch dat scholen daarin meegaan en het gebruik van ICT in de klas in hoog tempo uitbreiden. ‘Een goede zaak', vindt Toine Maes, ‘want ICT kan de kwaliteit van het leren op een hoger plan brengen. Ik ben ervan overtuigd dat digitaal onderwijs, in zijn vele verschijningsvormen, leerlingen meer plezier in het leren verschaft, dat het hun meer zelfvertrouwen geeft en een hogere intrinsieke motivatie, en dat het uiteindelijk leidt tot betere prestaties. Kennisnet stelt zich dan ook tot doel het ICT-gebruik in het onderwijs te stimuleren.'
Hoe?
‘Een van de dingen die wij doen is: zo veel mogelijk educatieve content voor de gebruikers ontsluiten, op een zo gestructureerd mogelijke manier, en deze content tegen een zo laag mogelijke prijs aanbieden. Dat wil zeggen: gratis, via onze portal Kennisnet.nl. Een belangrijk instrument daarvoor is onze eigen zoekmachine, Davindi. Dat is een grote verzameling bronnen die speciaal geschikt is voor het onderwijs. De bronnen zijn voornamelijk websites, maar ook afbeeldingen, videoclips en dergelijke. Wat Davindi bijzonder maakt is dat de zoekmachine niet willekeurig allerlei webpagina's doorzoekt, maar een selectie van websites die ons door experts worden aangereikt. Wij maken daarvoor gebruik van de diensten van duizenden docenten, die elke week een uur of twee, drie besteden aan het afstruinen van internet, op zoek naar nieuw en interessant materiaal dat bruikbaar is en goed van kwaliteit. Dat materiaal plaatsen we op Davindi.'
Doet Kennisnet ook iets voor docenten die zelf op internet zoeken?
‘Zeker. Wie het internet op gaat, kan kiezen uit een overweldigend aanbod van van ICT-toepassingen en digitaal leermateriaal: webbased programma's, animaties, video's, applets, simulaties, noem maar op. Het is natuurlijk prachtig dat er zoveel is om je onderwijs mee te verrijken, maar de vraag is: hoe toets je de kwaliteit van het aangeboden materiaal? Waarop baseer je je keuzes? Dat blijkt in de praktijk nog niet zo eenvoudig. Scholen hebben moeite om het kaf van het koren te scheiden, omdat er voor digitaal leermateriaal geen helder omschreven kwaliteitscriteria bestaan. Datzelfde probleem doet zich overigens ook voor bij het zélf ontwikkelen van digitaal materiaal, of dat nu door een school of een educatieve uitgeverij wordt gedaan. Er is geen standaard voor kwaliteit. Daarom is Kennisnet gestart met het ontwikkelen van een kwaliteitssysteem voor digitaal leermateriaal. Een van de eerste resultaten daarvan is de ‘Handreiking Kwaliteit digitaal leermateriaal'. De handreiking is op Kennisnet.nl te vinden, maar we hebben hem ook als brochure uitgegeven en naar alle scholen verstuurd.'
Wat staat er in die handreiking?
‘Laat ik eerst benadrukken wat de handreiking níet is: ze is niet bedoeld als instrument om de inhoudelijke kwaliteit van het leermateriaal te beoordelen. Dat is iets wat we aan de uitgeverijen en de scholen overlaten. Kennisnet beperkt zich tot het aanreiken van criteria waarop scholen en uitgeverijen hun keuzes kunnen baseren. We geven de richting aan, we faciliteren. Je moet de handreiking dan ook beschouwen als een set richtlijnen, een checklist eigenlijk, gebaseerd op onderwijskundige theorieën en eerder gemaakte handreikingen voor het ontwikkelen van digitaal materiaal. We hebben de checklist opgesteld in samenwerking met een team van experts, onder wie de educatieve uitgeverijen, docenten en onderwijskundige onderzoekers. Het zijn zeven richtlijnen in totaal; sommige daarvan hebben betrekking op onderwijskundige kenmerken, andere op technische productkenmerken, weer andere op vindbaarheidskenmerken.'
Kunt u voorbeelden geven?
‘De eerste richtlijn luidt: "Is de koppeling met leerdoelen duidelijk aangegeven?" Dat is een belangrijk criterium voor al het leermateriaal dat in het onderwijs gebruikt wordt, en uiteraard geldt het ook voor digitaal materiaal. Een ander voorbeeld: "Is het leermateriaal aantrekkelijk of motiverend?" Digitaal materiaal is bij uitstek geschikt voor het aanbrengen van afwisseling tussen tekst, beeld, animaties, puzzels enzovoort. Die verschillende presentatievormen moeten in de juiste combinatie aanwezig zijn. Bovendien moeten leerlingen er makkelijk mee kunnen werken en navigeren, dus ook aan het gebruikersvriendelijk presenteren van het materiaal besteden we in de handreiking aandacht. Dat is echt een vak apart, ook voor uitgevers, want er gelden heel andere regels dan bij het maken van boeken. Nog een voorbeeld: "Zijn er maatregelen genomen om het materiaal voor gebruikers vindbaar te maken?" De bruikbaarheid van digitaal leermateriaal staat of valt met de vraag of het te vinden is, vandaar dat we uitgebreid ingaan op de verschillende manieren waarop ontwikkelaars metadata in het leermateriaal kunnen aanbrengen. Zo bespreken we voor elk van de zeven richtlijnen de belangrijkste aandachtpunten, in het bestek van een aantal pagina's.'
Wat is de volgende stap?
‘Naast de handreiking gaan we ook een ‘Kieswijzer digitaal leermateriaal' maken. Los van de vraag naar de kwaliteit, vinden scholen het lastig om uit het grote en soms onoverzichtelijke aanbod juist die content te selecteren die aansluit bij hun onderwijsconcept past. De kieswijzer willen we scholen wat meer houvast bieden bij dit keuzeproces. Daarnaast is verdere standaardisatie van de educatieve contentketen van belang. Die keten omvat vijf schakels: ontwikkelen, beschikbaar stellen, vinden, arrangeren en gebruiken. Als we willen dat het onderwijs optimaal gebruik kan maken van digitale content, zullen we met elkaar duidelijke afspraken moeten maken over elke schakel in die keten. Om bijvoorbeeld te vindbaarheid van content te bevorderen, moet je standaarden voor metadatering vastleggen. Daar gaan we ons in de komende tijd intensief mee bezighouden.'
Zullen scholen meer zelf gaan ontwikkelen, nu schoolboeken onder de lumpsum komen?
‘Die geluiden hoor je wel, ja. Maar ik vraag me af: moeten we dat willen? Het ontwikkelen van leermateriaal behoort per slot van rekening niet tot de expertise van de docent. Het is een vak apart. Als scholen niet tevreden zijn met de huidige lespakketten, lijkt het me zinvoller dat ze hun krachten bundelen en samen bij de uitgevers aandringen op een betere samenwerking en meer maatwerk. Organiseer je vraagmacht en leg een eisenpakket op tafel, zou ik zeggen.'
Zijn de uitgevers dan niet aan zet, nu?
‘Nee, ik vind dat de scholen een stap moeten zetten om verdere innovatie op gang te brengen. Natuurlijk doen uitgevers daar ook het hunne aan, zeker de kleinere, maar als je als school daarin niet meebeweegt, kun je van een uitgever niet verwachten dat hij het voortouw neemt. Zeker de grote uitgeverijen niet: die vallen dan terug op hun bestaande productaanbod en wachten tot de scholen aan vernieuwing toe zijn. Maar ze kennen de markt goed genoeg om te weten wat er speelt. Als je hen benadert met een verzoek om innovatie, zullen ze daar zeker op ingaan.'
En wie moet volgens u het ‘gratis' leermateriaal betalen?
‘Ik vind dat de scholen de leermiddelen moeten bekostigen uit de algemene middelen die ze tot hun beschikking hebben. Zij bepalen immers ook welke leermaterialen aangeschaft moeten worden. Het lijkt me het beste als die twee zaken in één hand blijven. En laten we wel wezen: dat is bij de huisvesting en de salarissen toch ook zo, dus waarom niet bij de boeken? Ik vind dat we met de discussie over de bekostiging voorbij gaan aan de kern van het probleem: hoe krijgen we vernieuwing in het leermateriaal op gang? Dat lukt alleen als je kunt uitstijgen boven de irritaties en de klaagcultuur. Nogmaals: als scholen zich organiseren en een duidelijke vraag neerleggen bij de uitgevers, zal blijken dat er veel mogelijk is.'
Tot slot: moet het onderwijs volledig digitaal worden?
‘Nee, persoonlijk vind ik helemaal niet dat alle boeken de school uit moeten. Digitalisering is geen doel op zich. Ik geloof juist sterk in de combinatie van boeken en digitale leermaterialen. Die combinatie moet dan wel goed zijn: elk leermiddel moet zo effectief mogelijk worden ingezet.'


